Keurregels

Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen 

Artikel 1.1: Begripsomschrijvingen

In deze Keur en de daarop berustende bepalingen wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:
a.   Aangelande: de eigenaar, de beperkt gerechtigde en/of gebruiker van een aan een oppervlaktewaterlichaam grenzend perceel;
b.   A- en B-wateren: oppervlaktewaterlichamen, geregistreerd in de legger als A- of B-water overeenkomstig artikel 5.1 van de Wet;
c.   afkoppelen verhard oppervlak: afkoppelen van de afvoer van hemelwater afkomstig van verhard oppervlak van de riolering naar oppervlaktewater;
d.   bergingsgebied: een krachtens de Wet ruimtelijke ordening voor waterstaatkundige doeleinden bestemd gebied, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam of onderdeel daarvan, dat dient ter verruiming van de bergingscapaciteit van een of meer watersystemen en ook als bergingsgebied in de legger is opgenomen;
e.   beschermingszone: aan een waterstaatswerk grenzende zone zoals vastgelegd in de legger, waarin ter bescherming van dat werk voorschriften en beperkingen kunnen gelden;
f.    beschermingszone A: aan een waterkering grenzende beschermingszone zoals vastgelegd in de legger;
g.   beschermingszone B: aan een beschermingszone A grenzende beschermingszone zoals vastgelegd in de legger;
h.   bestuur: het dagelijks bestuur van waterschap Brabantse Delta / De Dommel / Aa en Maas;
i.    brandblusvoorziening: voorziening die permanent aanwezig is, maar slechts in noodsituaties benut wordt ten behoeve van bluswatervoorziening;
j.    buitengewoon onderhoud: het in stand houden van de waterkering overeenkomstig het in de legger bepaalde omtrent ligging, vorm, afmeting en constructie;
k.   bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of andere materialen die, hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt op of in de grond;
l.    compartimenteringskering: een regionale waterkering geregistreerd in de legger als compartimenteringskering, die als zodanig geen direct waterkerende functie heeft, tenzij in geval van doorbraak of overstroming van de primaire waterkering;
m.  coupure: een afsluitbare doorgang in een waterkering; 
n.   C-wateren: oppervlaktewaterlichamen die zijn vrijgesteld van opname in de legger als bedoeld in artikel 5.2 lid 6 Verordening;
o.   Drainage: ontwateringsmiddel voor het kunstmatig laag houden van de grondwaterstand welke vrij afstroomt waarbij niet direct of indirect gebruik gemaakt wordt van een pomp(constructie);
p.   gesloten seizoen: de periode van 1 oktober tot 1 april;
q.   gewoon onderhoud: werkzaamheden die de functie van het waterstaatswerk in stand houden;
r.    grondwater: water dat vrij onder het aardoppervlak voorkomt, met de daarin aanwezige stoffen;
s.   grondwatersanering: activiteit gericht op het beperken c.q. verwijderen van verontreinigingen van grondwater;
t.    infiltreren van water: in de bodem brengen van water, ter aanvulling van het grondwater, in samenhang met het onttrekken van grondwater;
u.   insteek: het als zodanig in de legger aangegeven snijpunt van de lijn van talud en maaiveld, dan wel, bij afwezigheid van een legger, de lijn van een oppervlaktewaterlichaam waar talud en maaiveld elkaar snijden;
v.    Keurkaarten: bij deze Keur behorende en als zodanig gewaarmerkte kaarten;
w.   legger: legger als bedoeld in artikel 5.1 van de Wet of in artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet;
x.   maaisel: begroeiing met enige aanhangende (bagger)specie, die vrijkomt bij het uitvoeren van onderhoud;
y.   ondersteunend kunstwerk: werken die van belang zijn voor de taakuitoefening van het waterschap, voor de waterkering of voor het functioneren van de waterhuishouding;
z.   onttrekken: onttrekken van water aan een oppervlaktewaterlichaam of van grondwater door middel van een werk;
aa.    oppervlaktewaterlichaam: samenhangend geheel van vrij aan het aardoppervlak voorkomend water, met de daarin aanwezige stoffen, alsmede de bijbehorende bodem, oevers en, voor zover uitdrukkelijk aangewezen krachtens de wet, drogere oevergebieden, alsmede flora en fauna; 
bb.    pompcapaciteit: maximaal te verplaatsen water van de zelfstandige pomp in m3 per uur;
cc.    primaire kering: waterkering die beveiliging biedt tegen overstroming doordat deze behoort tot een dijkring ofwel vóór een dijkring is gelegen zoals aangegeven in bijlage 1 en 1a van de Wet en legger;
dd.    profiel van vrije ruimte: de ruimte zoals vastgelegd in de legger ter weerszijden van, boven en onder een waterstaatwerk of een toekomstig waterstaatswerk die naar het oordeel van de beheerder nodig is voor toekomstige verbeteringen;
ee.    regionale kering: een waterkering geregistreerd zoals aangegeven in de Verordening water en in de legger als regionale waterkering, die beveiliging biedt tegen overstroming;
ff.      specie: bij onderhoud van oppervlaktewaterlichamen vrijkomende grond inclusief daarin voorkomende stoffen;
gg.    talud: hellend oppervlak van oppervlaktewaterlichamen en waterkeringen;
hh.    teen: de als zodanig in de legger aangegeven lijn van de onderrand van een waterkering, dan wel, bij afwezigheid van een legger, de lijn waar talud en maaiveld elkaar snijden; 
ii.      vaarweg: oppervlaktewaterlichaam met de functie vaarweg, zoals aangegeven in de legger vaarwegen;
jj.      veedrenkput: inrichting voor het drenken van vee waarvan de pomp niet mechanisch wordt aangedreven;
kk.    veekering: afrastering in de vorm van palen, met maximaal twee gladde of puntdraden, van maximaal 1,20 m hoog; 
ll.      vergunning: vergunning als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet;
mm.  verhard oppervlak: Al het oppervlak dat er voor zorgt dat water sneller tot afvoer komt;
nn.    Verordening: Verordening Water provincie Noord Brabant;
oo.    waterhuishoudkundige functie: de functie die de provincie en / of het waterschap aan het waterstaatswerk heeft toegekend;
pp.    waterkering: kunstmatige hoogte, natuurlijke hoogte of gedeelte daarvan, of hoge gronden met ondersteunende kunstwerken, die een waterkerende of mede een waterkerende functie hebben en als dusdanig geregistreerd zijn in de legger;
qq.    waterstaatswerk: oppervlaktewaterlichaam, bergingsgebied, waterkering of ondersteunend kunstwerk;
rr.      watersysteem: samenhangend geheel van een of meer oppervlaktewaterlichamen en grondwaterlichamen, met bijbehorende bergingsgebieden, waterkeringen en ondersteunende kunstwerken;
ss.    werken: alle door menselijk toedoen ontstane of te maken constructies met toebehoren;
tt.      Wet: Waterwet.

Artikel 1.2: verplichtingen

1.

De verplichtingen van deze keur rusten op de eigenaar van gronden.

Toelichting

Waterschap de Dommel is verantwoordelijk voor het stroomgebied van de Dommel en haar zijrivieren en aftakkingen. Onze belangrijkste doelstelling is daarbij om de doorstroom in al deze wateren te bewaken, zodat ieder water uiteindelijk zijn water kwijt kan in een groter oppervlaktewater. Op die manier houden we onze omgeving veilig en leefbaar. Dat kan echter alleen als iedereen die in het stroomgebied van de Dommel woont, ervoor zorgt dat wij onze werkzaamheden zo goed mogelijk uit kunnen voeren. Die verplichting is daarom in dit artikel van de wet opgenomen.

2.

Wanneer gronden met een beperkt zakelijk recht zijn bezwaard of krachtens persoonlijk recht in gebruik zijn gegeven rusten de verplichtingen van deze keur ook op respectievelijk de beperkt zakelijk gerechtigden en de gebruikers.

3.

Het geheel van de verplichtingen van deze keur berust op een ieder van de in het eerste en tweede lid genoemde gerechtigden, verder te noemen: “aangelanden”.

Artikel 1.3: zorgplicht

1.

Ieder die handelingen verricht of nalaat en die weet of redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat door die handelingen of het nalaten daarvan inbreuk kan worden gemaakt op door het waterschap in het kader van zijn beheer uitgevoerde maatregelen in het watersysteem, is verplicht alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van hem verwacht mogen worden, ten einde die inbreuk te voorkomen, dan wel indien daarvan reeds sprake is, al het mogelijke te doen om de gevolgen daarvan zoveel mogelijk ongedaan te maken. Indien de inbreuk het gevolg is van een ongewoon voorval, worden de maatregelen onverwijld genomen.

2.

Ieder die handelingen verricht of nalaat die inbreuk maken op het watersysteem in beheer bij het waterschap, is verplicht alle maatregelen te nemen teneinde de gevolgen van deze handelingen/nalatigheden ongedaan te maken. Indien de inbreuk het gevolg is van een ongewoon voorval, worden de maatregelen onverwijld genomen.

3.

Degene die handelingen verricht en daardoor een inbreuk maakt als bedoeld in het eerste en tweede lid meldt die inbreuk en de maatregelen die hij voornemens is te treffen of reeds heeft getroffen, zo spoedig mogelijk aan het bestuur.

4.

Degene aan wie het bestuur aanwijzingen geeft over de inbreuk als bedoeld in dit artikel, is gehouden die aanwijzingen op te volgen.

Artikel 1.4: Algemene regels, nadere regels, keurkaarten, meldplichten, meet- en registratieplichten en maatwerkvoorschriften

Algemene regels
1.

Het bestuur kan voor het verrichten van handelingen als bedoeld in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3, algemene regels stellen, die mede een vrijstelling kunnen inhouden van een:
- gebodsbepaling, of
- vergunningplicht, of
- algeheel verbod voor het verrichten van bepaalde handelingen.

2.

Het bestuur kan bij de vaststelling van een algemene regel bepalen dat binnen een (nog) nader te noemen termijn een vergunning komt te vervallen.

3.

Bij regeling krachtens het eerste lid, kan de verplichting worden opgelegd handelingen te melden, metingen uit te voeren, gegevens te registreren en daarvan opgave te doen aan het bestuur. 

Toelichting

Het Waterschap is verantwoordelijk voor een goede doorstroom van wateren. Wanneer u handelingen verricht in of bij een meer, stroom, rivier, kanaal of sloot, dan kan het zijn dat de doorstroom verhinderd wordt of dat wij om een andere reden ons werk niet meer goed kunnen uitvoeren. Daarom kan het zijn dat u handelingen, metingen of gegevens aan ons dient door te geven. Op die manier zijn wij altijd op de hoogte van de actuele situatie en kunnen wij inschatten of onze werkzaamheden en daarmee direct of indirect de doorstroom van de wateren op een goede manier kunnen plaatsvinden.

4.

Ten aanzien van het verrichten van handelingen waarvoor krachtens het eerste lid geen vergunning is vereist, kan het bestuur maatwerkvoorschriften stellen met het oog op de bescherming van het watersysteem, voor zover de algemene regels hier ruimte toe bieden.

5.

Het bestuur is bevoegd keurkaarten vast te stellen waarop de begrenzing van een of meerdere, bij die keurkaarten te omschrijven, gebieden is vastgelegd.

Hoofdstuk 2: Beheer en onderhoud van waterstaatswerken

Artikel 2.1: Onderhoudsplicht

Onderhoudsplicht

1.

Onderhoudsplichtigen zijn degenen die in de legger of in artikel 5.2 van deze Keur, tot het verrichten van gewoon of buitengewoon onderhoud aan waterstaatswerken zijn aangewezen.

2.

Onderhoudsplichtigen van waterstaatswerken zijn verplicht tot instandhouding van het waterstaatswerk overeenkomstig zijn functie.

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid kan bij algemene regel, vergunning of projectplan in de zin van de Wet anders worden bepaald.

Artikel 2.2: Gewoon onderhoud aan waterkeringen 

De onderhoudsplichtigen van waterkeringen dragen te allen tijde zorg voor een goede toestand van de waterkeringen.

 

Artikel 2.3: Gewoon onderhoud aan oppervlaktewaterlichamen

Gewoon onderhoud aan oppervlaktewaterlichamen

1.

De onderhoudsplichtigen van oppervlaktewaterlichamen zijn verplicht tot het daaruit verwijderen van voor het functioneren van het oppervlaktewaterlichaam schadelijke begroeiingen en van afval.

2.

De in het eerste lid vermelde onderhoudsplichtigen zijn tevens verplicht tot het herstellen van beschadigingen aan oevers en tot het onderhouden van begroeiingen, dienstig aan de waterhuishoudkundige functies van het oppervlaktewaterlichaam.

Artikel 2.4: Gewoon onderhoud aan ondersteunende kunstwerken en werken

1.

De onderhoudsplichtigen van ondersteunende kunstwerken of werken die in, op, aan, onder of boven waterkeringen of de beschermingszone zijn aangebracht en mede een waterkerende functie hebben, zijn verplicht deze waterkerend te houden.

2.

De middelen bestemd tot afsluiting van ondersteunende kunstwerken dienen door de onderhoudsplichtigen in goede staat te worden onderhouden en zo vaak als dat door of namens het bestuur nodig wordt geoordeeld, dient de goede werking te worden getoond. Het waterkerend houden betreft zowel de instandhouding als het functioneren van het werk.

3.

De onderhoudsplichtigen van ondersteunende kunstwerken of werken die in, op, aan, onder of boven oppervlaktewaterlichamen zijn aangebracht en mede een waterhuishoudkundige functie hebben, dienen die in goede staat van onderhoud te houden.

 

Artikel 2.5: Buitengewoon onderhoud aan waterstaatswerken

1.

De onderhoudsplichtigen van waterstaatswerken zijn verplicht tot instandhouding daarvan overeenkomstig de legger.

2.

Buitengewoon onderhoud door derden aan keringen mag niet worden uitgevoerd in het gesloten seizoen. 

 

Artikel 2.6: Specie- en maaiselberging

De aangelande kan door of namens het bestuur verplicht worden de specie of het maaisel als bedoeld in artikel 5.23, tweede lid, van de Wet op te ruimen of onder te werken.

Artikel 2.7: Veekeringen

1.

De aangelande van gronden die gebruikt worden voor het houden van dieren en die zijn gelegen op of nabij a-wateren, zijn verplicht op hun gronden een veekering te hebben en te houden zodanig dat deze het onderhoud niet belemmert. 

2.

In de legger kunnen locaties aangemerkt worden waarop het eerste lid niet van toepassing is.

Artikel 2.8: Bediening ondersteunende kunstwerken

1.

De onderhoudsplichtigen van de in waterkeringen voorkomende coupures en sluizen dragen zorg dat deze op eerste aanzegging door of namens het bestuur terstond worden gesloten of geopend.

2.

De eigenaren en/of andere onderhoudsplichtigen van stuwen, zijn verplicht op eerste aanzegging door of namens het bestuur het bepaalde stuwpeil in te stellen en in stand te houden.

3.

De eigenaren en/of andere onderhoudsplichtigen van pompen en gemalen zijn verplicht op eerste aanzegging door of namens het bestuur deze buiten of in werking te stellen.

Hoofdstuk 3: Handelingen in watersystemen

Algemene regels

Artikel 3.1: Vergunning oppervlaktewaterlichamen en bijbehorende beschermingszones, ondersteunende kunstwerken en profiel van vrije ruimte

1.

Het is verboden zonder vergunning gebruik te maken van een oppervlaktewaterlichaam of bijbehorende beschermingszones of ondersteunende kunstwerken door daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te laten staan, liggen of drijven.

Toelichting

Wanneer u handelingen wilt verrichten in, op, bij of rondom een oppervlaktewater (rivier, sloot, kanaal, meer enz.), heeft u hiervoor een vergunning nodig. Zo heeft u een vergunning nodig wanneer u bijvoorbeeld een watergang wilt verleggen of dempen, wanneer u leidingen of kabels aan wilt leggen in de buurt van het water, wanneer u bomen en struiken wilt planten, wanneer u water wilt brengen in de watergang, wanneer u een hek wilt plaatsen enzovoorts. In de wet zijn naast het oppervlaktewater ook de bijbehorende beschermingszone en eventueel aanwezige 'kunstwerken' (gemalen, sluizen, stuwen) beschermd. Ook wanneer u hiermee aan de slag wilt, heeft u volgens dit artikel een vergunning nodig. Dit artikel is opgesteld om de doorstroming van het oppervlaktewater en de veiligheid van de omringende gebieden te kunnen waarborgen. Op die manier houden we ons leefomgeving leefbaar.

In de algemene regels, behorend bij de Keur (wetgeving), worden uitzonderingen benoemd op dit artikel. Zo kan het zijn dan u voor bepaalde handelingen geen vergunning hoeft aan te vragen of alleen een melding dient te maken bij het waterschap.

2.

Het is verboden zonder vergunning een oppervlaktewaterlichaam of ondersteunend kunstwerk aan te leggen.

3.

Het is verboden zonder vergunning in het profiel van vrije ruimte werken te plaatsen, te wijzigen of te behouden.

Artikel 3.2: Vergunning bergingsgebieden

1.

Het is verboden zonder vergunning gebruik te maken van een bergingsgebied door daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder;

-

het maaiveld te verhogen

-

waterkerende constructies aan te brengen, te wijzigen of te verwijderen

-

bouwwerken aan te brengen of te wijzigen

Artikel 3.3: Vergunning primaire en regionale waterkeringen en bijbehorende beschermingszone A en profiel van vrije ruimte

1.

Het is verboden zonder vergunning gebruik te maken van een primaire of regionale waterkering of bijbehorende beschermingszone A, met uitzondering van compartimenteringskeringen, door daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder handelingen te verrichten, werken te behouden of vaste substanties of voorwerpen te laten staan of liggen.

Toelichting

Voor het verrichten van handelingen op, rondom of aan waterkeringen heeft u een vergunning nodig. Dat geldt zowel voor een zogenaamde primaire kering als voor een zogenaamde regionale kering. Ook voor de beschermingszone A, die volgens de wet hoort bij een waterkering, geldt dat er zonder vergunning geen handelingen verricht mogen worden. 

De handelingen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het plaatsen van voorwerpen, constructies, (hek)werken op, aan of rondom de waterkering of bijvoorbeeld graven rondom een waterkering. Ook andere handelingen zijn uiteraard verboden zonder vergunning.

Voor handelingen op, rondom of aan een zogenaamde compartimenteringskering zijn afwijkende regels opgesteld.

2.

Het is verboden zonder vergunning in het profiel van vrije ruimte werken te plaatsen, te wijzigen of te behouden.

 

Artikel 3.4: Vergunning compartimenteringskeringen en bijbehorende beschermingszone, en overige keringen

1.

Het is verboden zonder vergunning gebruik te maken van compartimenteringskeringen en bijbehorende beschermingszone en overige waterkeringen, door daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder

-

voorwerpen en beplanting, in de grond aan te brengen, te wijzigen, te hebben, te onderhouden of uit de grond te verwijderen, te boren of te sonderen

-

het maaiveld te verhogen of te verlagen

-

ondersteunende kunstwerken, kabels en leidingen te maken, te hebben, te onderhouden, te wijzigen of te verwijderen die een verbinding maken met een andere zijde van de compartimenteringskering

2.

Het is verboden zonder vergunning een compartimenteringskering of overige kering aan te leggen.

Artikel 3.5: Vergunning beschermingszone B 

1.

Het is verboden zonder vergunning, gebruik te maken van beschermingszone B behorende bij primaire waterkeringen door daarin, daarop, daarboven, daarover of daaronder

-

het maaiveld te verhogen of te verlagen

-

afgravingen en seismische onderzoeken te verrichten

-

werken met een overdruk van 10 bar of meer te plaatsen en te hebben

-

explosiegevaarlijk materiaal of explosiegevaarlijke inrichtingen te hebben

-

leidingen te leggen.

Artikel 3.6: Verbod afvoer door verhard oppervlak

1.

Het is verboden zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te komen. 

Toelichting

De toename van verhard oppervlak leidt tot een zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem en leidt met regelmaat tot wateroverlast stroomafwaarts. Hetzelfde geldt voor situaties waar het hemelwater eerst niet op het oppervlaktewaterlichaam werd afgevoerd, en nu wel (afkoppelen). Dit komt doordat neerslag via het verharde oppervlak sneller wordt afgevoerd naar het oppervlaktewaterlichaam dan wanneer het oppervlak onverhard was gebleven. Er ontstaat dan een afvoergolf die de aan- en afvoer van water belemmert. Dit effect wordt versterkt, wanneer er meerdere van deze ingrepen plaatsvinden die leiden tot een toename van het verhard oppervlak dat afwatert op een oppervlaktewaterlichaam (cumulatief effect). Om de zwaardere belasting van het oppervlaktewatersysteem onder normale omstandigheden tegen te gaan is het brengen van hemelwater vanaf verhard oppervlak op het oppervlaktewaterlichaam specifiek vergunningplichtig gesteld.

Artikel 3.7: Water brengen of onttrekken

1.

Het is verboden zonder vergunning water te brengen in of te onttrekken aan oppervlaktewaterlichamen.

Artikel 3.8: Drainage

Algemene regels
1.

Het is verboden zonder vergunning gronden te ontwateren met drainagemiddelen.

Artikel 3.9: Reikwijdte artikelen grondwater

1.

De artikelen 3.10 tot en met 3.12 zijn niet van toepassing op het onttrekken van grondwater bij de ontwatering of afwatering van gronden.

Artikel 3.10: Watervergunning onttrekken van grondwater of infiltreren in de bodem

1.

In andere gevallen dan bedoeld in artikel 6.4 van de Waterwet is het verboden zonder vergunning van het bestuur grondwater te onttrekken of te infiltreren.

 

Artikel 3.11: Melden, meten en registreren grondwateronttrekkingen

1.

De in artikel 6.11, eerste, tweede en vierde lid, van het Waterbesluit genoemde verplichtingen met betrekking tot het melden, meten en registreren van een grondwateronttrekking zijn niet vereist ten aanzien van:

-

onttrekkingsinrichtingen waarvan de pompcapaciteit niet meer bedraagt dan 10 m³ per uur

-

veedrenkputten

-

brandblusvoorzieningen

-

bronbemalingen, bodemsaneringen en grondwatersaneringen waarvoor geen vergunning is vereist op grond van de algemene regels krachtens deze Keur

Artikel 3.12: Beëindiging onttrekkingsinrichting en / of werk tot infiltratie

1.

De houder van een vergunning op basis van deze keur ten aanzien van een onttrekkingsinrichting en/ of een werk tot infiltratie stelt het bestuur tijdig op de hoogte van het voornemen om een onttrekking of infiltratie definitief te beëindigen.

Artikel 3.13: Algeheel verbod bij bijzondere omstandigheden

1.

In geval van grote schaarste of overvloed aan water, aanmerkelijke verslechtering van de kwaliteit daarvan of bij het in ongerede raken van een waterstaatswerk, dan wel indien zodanige omstandigheid dreigt te ontstaan, kan het bestuur, zo nodig in afwijking van verleende vergunningen of geldende peilbesluiten, verbieden

-

water af te voeren naar of aan te voeren uit oppervlaktewaterlichamen

-

water te brengen in of te ontrekken aan oppervlaktewaterlichamen

-

grondwater te onttrekken of water te infiltreren

2.

Zodra het bestuur handhaving van het verbod krachtens het eerste lid niet langer noodzakelijk acht, maakt het onverwijld de intrekking van het verbod bekend.

3.

Door of namens het bestuur kan de scheepvaart op een oppervlaktewaterlichaam worden beperkt of gestremd en kan de maximale vaarsnelheid worden aangepast, indien er sprake is van bijzondere omstandigheden. 

Artikel 3.14: Geen vergunningplicht voor het waterschap

1.

Geen vergunning krachtens de artikelen 3.1 tot en met 3.10 is vereist voor handelingen die plaats vinden door of in opdracht van het bestuur ten behoeve van beheer, onderhoud en herstel.

Hoofdstuk 4: Toezicht en handhaving

Artikel 4.1: Aanwijzing toezichthouders

1.

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze Keur zijn belast de daartoe door het bestuur aangewezen ambtenaren van het waterschap of andere personen. 

Artikel 4.2: Strafbepalingen

1.

Overtreding van deze Keur en de daarop gebaseerde regelgeving is verboden.

2.

Overtreding van de bepalingen van deze Keur en de daarop gebaseerde regelgeving wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete tot ten hoogste het bedrag van de tweede categorie als genoemd in artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. 

3.

Indien ten tijde van het plegen van de in het eerste lid genoemde overtreding nog geen jaar is verlopen sedert een vroegere veroordeling van de overtreder wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan hechtenis tot het dubbele van het gestelde maximum worden opgelegd.

Hoofdstuk 5: Overgangs– en slotbepalingen

Artikel 5.1: Vergunningen

1.

Een vergunning die is verleend voor de inwerkingtreding van deze Keur wordt geacht ingevolge deze Keur te zijn verleend.

2.

Voor al hetgeen vóór de inwerkingtreding van deze Keur rechtmatig tot stand is gebracht, wordt geacht een vergunning ingevolge deze Keur te zijn verleend.

Artikel 5.2: Onderhoud aan waterstaatswerken zonder (actuele) legger

1.

Voor waterstaatswerken, waarvoor het vaststellen van een legger ingevolge de Waterschapswet is voorgeschreven, maar waarvoor nog geen legger is vastgesteld, is de onderhoudsplicht als volgt, tenzij het onderhoud bij vergunning of projectplan anders is bepaald:

-

Voor waterkeringen of gedeelten van waterkeringen en ondersteunende kunstwerken met een waterkerende functie berust het gewoon onderhoud bij de aangelande ervan en het buitengewoon onderhoud bij het waterschap

-

Voor een oppervlaktewaterlichaam, en bijbehorende ondersteunende kunstwerken, ten aanzien waarvan registratie in de legger als a-water is voorgeschreven, maar nog niet heeft plaatsgevonden volgens artikel 5.3, lid 1, geschiedt het onderhoud door of vanwege het waterschap overeenkomstig artikel 2.4 en 2.5;

-

Voor andere oppervlaktewaterlichamen dan bedoeld in lid 1, sub b, en bijbehorende ondersteunende kunstwerken, berust het gewoon en buitengewoon onderhoud bij de aangelanden

2.

Voor waterstaatwerken, waarvoor het vaststellen van een legger ingevolge de Waterschapswet is voorgeschreven en die op grond van een projectplan of een vergunning zijn aangelegd of gewijzigd ten opzichte van de legger, geldt, zolang vaststelling van een legger of van een wijziging van de legger niet heeft plaatsgevonden, dat voor de onderhoudsplichten op grond van dit hoofdstuk de ligging, vorm, afmeting en constructie van het waterstaatwerk worden aangehouden, zoals aangegeven in het projectplan of de vergunning. Als geen vergunning is verleend, moet het waterstaatswerk worden onderhouden overeenkomstig de oorspronkelijke vorm en afmetingen.

Artikel 5.3: Overgangsrecht legger

1.

Een oppervlaktewaterlichaam ten aanzien waarvan registratie in de legger als a-water is voorgeschreven, maar nog niet heeft plaatsgevonden, wordt voor de toepassing van deze Keur en de daarop gebaseerde regelgeving aangemerkt als a-water.

2.

Een oppervlaktewaterlichaam ten aanzien waarvan registratie in de legger als b-water is voorgeschreven, maar nog niet heeft plaatsgevonden, wordt voor de toepassing van deze Keur en de daarop gebaseerde regelgeving aangemerkt als b-water. 

3.

In de gevallen als bedoeld in het eerste lid gelden de volgende bepalingen

-

de beschermingszone is aan weerszijden van het oppervlaktewaterlichaam 5 meter, gemeten uit de insteek

-

het onderhoud geschiedt door of vanwege het waterschap overeenkomstig artikel 2.4 en 2.5, tenzij bij vergunning of projectplan anders is bepaald

4.

In de gevallen als bedoeld in het tweede lid geschiedt het onderhoud door of vanwege de aangelanden overeenkomstig artikel 2.4 en 2.5, tenzij bij algemene regel, vergunning of projectplan anders is bepaald.

5.

Voor waterkeringen ten aanzien waarvan registratie in de legger is voorgeschreven, maar nog niet heeft plaatsgevonden, gelden de volgende bepalingen:

-

de beschermingszone A voor primaire keringen is aan weerszijden van de waterkering 30 meter, gemeten vanuit de teen; Beschermingszone B is aan weerszijden van de waterkering van 30 tot 50 meter gemeten vanuit de teen.

-

De beschermingszone A voor regionale keringen is 10 meter gemeten vanuit de teen.

-

De beschermingszone A voor compartimenteringskeringen is 5 meter gemeten vanuit de teen.

-

Het profiel van vrije ruimte ligt boven het ontwerpprofiel en wordt in horizontale richting begrensd door het waterstaatswerk en beschermingszones A. Voor primaire keringen ligt het profiel van vrije ruimte 1 meter boven het ontwerpprofiel, voor regionale keringen 0,5 meter boven het ontwerpprofiel.

-

het onderhoud geschiedt door of vanwege het waterschap overeenkomstig artikel 2.2, tenzij bij algemene regel, vergunning of projectplan anders is bepaald.

6.

Voor waterkeringen ten aanzien waarvan registratie in de legger is voorgeschreven en is vastgesteld, maar de begripsbepaling nog niet overeenkomt met de begripsbepaling uit deze keur gelden de volgende bepalingen:

-

De waterkeringszone zoals genoemd in de leggers voor waterkeringen Brabantse Delta wordt gelijk gesteld aan het waterstaatswerk, samen met beschermingszone A.

-

De beschermingszone zoals genoemd in de leggers voor waterkeringen Brabantse Delta wordt gelijk gesteld aan beschermingszone B.

Artikel 5.4: Kaart

1.

Voor waterstaatswerken waarvoor krachtens artikel 5.1 van de Wet en de in artikel 5.1 en 5.2 van de verordening vaststelling van een legger ingevolge de Waterwet is voorgeschreven, maar waarvoor deze legger nog niet is vastgesteld, zijn de ligging en indien mogelijk vorm, afmetingen en constructie van de betrokken waterstaatswerken, aangegeven op een kaart. Deze kaart wordt vastgesteld door het bestuur.

 

Artikel 5.5: Intrekking Keur

1.

De Keur waterschap Brabantse Delta/De Dommel/Aa en Maas 2013 wordt ingetrokken.

Artikel 5.6: Inwerkingtreding

1.

Deze Keur treedt in werking met ingang van 1 maart 2015

Artikel 5.7: Citeertitel

1.

Deze Keur wordt aangehaald als: de Keur waterschap Brabantse Delta/De Dommel/Aa en Maas 2015.

Inhoudsopgave

Inhoudsopgave

Copyright 2018 - Alle Rechten Voorbehouden disclaimer