Drainage

Om u van de juiste informatie te voorzien, neemt het waterschap u stapsgewijs mee door een korte vragenlijst. Bij sommige vragen is nadere toelichting noodzakelijk. In deze toelichting vindt u dikgedrukte woorden. Als u op de woorden klikt, ziet u een beschrijving van deze woorden. 

Nee. De drainage wordt niet gelegd in een beschermingszone van een A-water

De drainage mag worden aangelegd als de volgende voorwaarden in acht worden genomen:

  • De uitmondingen van de drainagebuizen moeten zo worden aangelegd en gehouden, dat geen aantasting van het profiel van de watergang kan plaatsvinden;
  • Het talud van de watergang moet vanaf de uitmonding van de drainagebuizen beschermd worden door het aanbrengen en onderhouden van uitloopgoten. Deze uitloopgoten moeten minimaal 0,15 m ingezonken in het talud van de watergang worden aangebracht en gehouden;
  • Drainagebuizen moeten worden afgeschuind overeenkomstig de taludhelling van de watergang;
  • Na het aanbrengen van het waterlozingspunt moet de onderhoudsstrook (die bestemd is voor onderhoud van de watergang door het waterschap) goed geëgaliseerd zijn en vrij zijn van (overige) obstakels;
  • Indien nodig wordt de lozingsconstructies voorzien van een taludbescherming, deze taludbescherming reikt minimaal vanaf de onderkant van de lozingsvoorziening tot aan de laagste waterstand in het oppervlaktewaterlichaam, bij een oppervlaktewaterlichaam met een bovenbreedte van 4 meter of kleiner is de taludbescherming aan beide zijden van het oppervlaktewaterlichaam aanwezig; de taludbescherming strekt in horizontale richting 1 meter links en rechts van de lozingsvoorziening.

Heeft u vragen over deze voorwaarden? Neem dan contact met ons op.

Naast deze voorwaarden kunt u te maken krijgen met wet- en regelgeving vanuit andere (overheids)instanties en de eigenaar van de grond. Houdt u hier rekening mee voordat u begint.

Schets

Nee
Copyright 2018 - Alle Rechten Voorbehouden disclaimer